Theologiestudenten zwaar getroffen door wankelmoedigheid, twijfel en depressie, die hun hart uitstorten in allerlei literaire frutsels, variërend van met spleen doordrenkte kitsch tot vrij aardig dichtwerk dat de tand des tijds nog een beetje heeft doorstaan. In doorrookte salons kwamen literair aangelegde studenten bijeen om hun werk onderling voor te dragen.

In die sfeer vinden we de gewezen theologiestudent François Haverschmidt (1835-1894), beter bekend als Piet Paaltjens, die in zijn zwarte maar hoogromantische verzen een tweeledige blik gaf van zijn zieleroerselen enerzijds en het studentenleven van de 19e eeuw anderzijds. 

Ook het corps was een veelvoorkomend thema in zijn werk; reden voor de reünisten uit het jaar 1949 om een deel van zijn toch wat ironische lofrede “Aan u mijn groet, o Leidsch Studentencorps” op de zijkant van de door hem veelbezochte Sociëteit aan te brengen - zonder ironie. 

Constanteyn Roelofs 2016

Aan u mijn groet, o Leidsch Studentencorps

Aan u mijn groet, o Leidsch Studentencorps,
- U neusje van den zalm van alle corpses,
Wie u niet eert, dien acht ik óók geen lor
De tong, die u niet prijst, die moog verdorren! 

Een lidmaatschap me is duizendmaal meer waard |
Dan alle mooglijke andre lidmaatschappen
Die ergens iemand ooit verzon op aard.
Sinds gij er zijt, kon men de rest wel schrappen.

Al vijftig jaar, dat de eerste levenskreet
Uw borst ontsnapte, 't eerste Io vivatje,
Maar vruchteloos met zijn loep op uw blank kleed
Zoekt uitgeteerde nijd naar 't eerste spatje.

Laat zoeken hem gerust nòg vijftig jaar!
Helaas, zoolang zal ik er niet meer wezen.
Doch dat is minder, blijft de wereld maar
Uw leuze vlekloos op uw vaandel lezen.

Virtus, kracht, deugd, den grondslag van 't gebouw
Concordia, die allen bindt te zamen,
En fides - lest maar best - onschendbre trouw:
Houd vast die drie, en gij leeft eeuwig. Amen.

Virtus Concordia Fides (Deugd, Eendracht en Trouw) is de zinspreuk van het Leidsch Studenten Corps. Theologiestudent en corpslid François Haverschmidt, beter bekend als Piet Paaltjens, schreef deze ironische lofrede aan het Leidsch Studentencorps in 1889. Het jaar 1949 kreeg van Minerva toestemming om dit gedicht, ter gelegenheid van hun 60e dies op de zijmuur van de Sociëteit aan te brengen.